Arthur Japin (°1956) studeerde enkele jaren Nederlandse taal- en letterkunde in Amsterdam om daar vervolgens de theaterschool te doorlopen, waar hij in 1982 afstudeerde. Hij speelde diverse rollen voor radio en televisie en op toneel bij onder andere Toneelgroep Centrum en de Theaterunie.
In 1987 ontdekte hij het historische, maar tot dan toe onbekende verhaal van twee Afrikaanse prinsjes die in het negentiende-eeuwse Nederland als Hollanders werden opgevoed. Hij stopte met acteren en begon te schrijven. Ondertussen schreef hij diverse korte verhalen, hoorspelen, toneelstukken en televisiefilms en debuteerde hij in 1996 met de verhalenbundel Magonische verhalen. Zijn debuut werd veelgeprezen in de literaire kritiek, maar hij brak pas bij een groot publiek door met zijn tweede boek, het verhaal van de twee prinsjes: de roman 'De zwarte met het witte hart', die wereldwijd vertaald werd en die hem internationale roem bezorgde.
De overgave
Texas 1836 – een groep jonge Comanche-indianen overvalt het fort van de pioniersfamilie Parker. Granny, de moeder van het gezin, moet toezien hoe haar kinderen en kleinkinderen worden ontvoerd en hoe haar man wordt vermoord. De vrouw overleeft het ondraaglijke op pure wilskracht.
Veertig jaar later krijgt de dan hoogbejaarde Granny, bezoek van Quanah, de aanvoerder van de door haar zo gehate Comanche. Hij is op weg om zich over te geven en zijn verslagen volk voor altijd in het reservaat te leiden. Hiermee wordt, na bijna vierhonderd jaar, de onderwerping van de oorspronkelijke bewoners van Amerika een feit.
'De overgave' vertelt het aangrijpende en onvoorstelbare leven van een vrouw die in het gevecht om haar kinderen en kleinkinderen uiteindelijk het machtigste wapen moet leren hanteren: vergeving.
'De overgave', gebaseerd op historische feiten, is een roman van hoop, wraak en nietsontziende liefde.
Vaslav
Op het hoogtepunt van zijn roem richt de wereldberoemde balletdanser Vaslav Nijinski zich midden in een
optreden tot zijn publiek. ‘Nu is het kleine paardje moe,’ zegt hij en loopt het toneel af. De rest van zijn leven, nog 31 jaren, brengt hij door zonder te spreken en zonder ooit nog te dansen. In het mondaine skioord Sankt Moritz reconstrueren drie ooggetuigen de gebeurtenissen rond deze noodlottige dag, 19 januari 1919, ieder vanuit zijn of haar eigen optiek: zijn echtgenote Romola, die als een tijgerin heeft gevochten om deze ‘God van de dans’ te veroveren, zijn afgewezen minnaar, de legendarische Sergej Diaghilev, oprichter van de Ballets Russes,
die alles in het werk heeft gesteld omhem te vernietigen, en zijn bediende, die uit de dramatische beslissing van zijn meester moed put om ook zijn eigen leven radicaal om te gooien. Te midden van de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog hoopte Nijinski de mensheid te kunnen bekeren tot de liefde. Als hij merkt dat hij niet gehoord wordt, zelfs niet door hen die van hem houden, sluit hij zich voorgoed van de wereld af. Is dat een daad van waanzin of van wijsheid?